THE QUEST BEGINS

Artikel is geschreven door Hilde

Laatst kwam ik er eindelijk aan toe om de tweede Elfquest roman ('the quest begins') te lezen. Dit boekje is begin 1997 verschenen. Het verhaal is dat van de stripalbums 6 tot en met 10. Al lezende kwam ik er achter dat de situaties uit de albums anders en in sommige gevallen veel uitgebreider beschreven werden. Vooral de relaties tussen verschillende elfen kwamen duidelijker naar voren. Vandaar dat ik besloot deze stukjes voor de wolfsong te vertalen en op een rij te zetten.

Het eerste stuk dat duidelijk uitgebreider is dan de strip is wanneer Snijer zittend in een raam overdenkt of hij op reis zal gaan. Buiten ziet hij de elfenkinderen spelen...

Elfquest

"Geelhaar, ik ben de hoofdvrouw! Als je niet doet wat ik zeg, steek ik deze pijl zo in je staart!"
"Amber!" Dart griste zijn pijlzweep uit de handen van het jongere meisje, verwijtend op haar neerkijkend. "Dit is geen speelgoed," berispte hij haar, onderwijl haar koppige frons negerend. "Je moet er nooit mee wijzen, of zeggen dat je er iemand pijn mee gaat doen, zelfs niet als grapje."
Amber stampte met haar sandaal en bespatte zichzelf met zand. "Je klinkt net als je vader."
Ja, dacht Snijer vauit zijn observatiepost in het raam van de hut van de genezeres, inderdaad.
"Mijn vader is een van de stamoudsten." Dart stak de pijl terug in zijn kleine pijlkoker. Hij stond rechtop, alsof hij tientallen seizoenen ouder was geworden in deze ene ochtend. "Hij weet alles wat belangrijk is- zelfs jouw vader zegt dat." Hij stak zijn kin hooghartig omhoog. "Ik wed dat mijn vader hoofdman van de stam zou kunnen zijn als hij dat wilde."
"Nietes!"
"Welles!"
"Nietes!" Amber stoof op met alle woestheid van de elf hoofdmannen voor haar. "En als je niet ophoudt dat te zeggen, Dart, dan steek ik een pijl in jouw staart!"
Trouw aan Sterkeboogs bloedlijnen keek Dart dreigend op haar neer. Maar toen, helemaal niet naar de aard van zijn zwijgzame vader, bewoog hij zijn pijlzweep en raakte Amber pijnlijk op haar wang. De jonge hoofdvrouw piepte in protest tegen deze aanval op haar waardigheid, toen renden ze allebei weg, om het gebouw heen, Amber bedreigingen huilend en Dart lachend.
Hij lijkt op Sterkeboog, dacht Snijer, terwijl hun jonge stemmen in de verte verdwenen, hij lijkt op iemand die ik nooit zal kennen. Sterkeboog was veel ouder dan Bereklauw, al lang voordat Snijer was geboren. Om aan hem te denken als een welp was voor Snijer onmogelijk geweest. En zelfs nu was het enige beeld dat hij op kon roepen dat van een fronsend, stil kind, net als de elf die hem al sinds zijn jeugd standjes gaf. Er was niemand over, behalve Boomstronk, die zich Sterkeboog op een dergelijke tere leeftijd kon herinneren, en Boomstronk sprak er nooit over.
Was hij ooit als Dart geweest? Open, nieuwsgierig, bereid om te riskeren ongelijk te hebben in ruil voor luisteren naar anderen en iets leren? Het was moelijk voor Snijer het zich voor te stellen. Hoe zou de oudere boogschutter geweest zijn als hij opgegroeid was zonder haat en pijn, toegebracht door mensen, om zijn zachtere kanten weg te schaven? Wat zou zo'n leven doen met Amber, met haar welpenmoed, of met Geelhaar, die zo weinig wolf in zich had dat Snijer bang was voor zijn overleving in die grotere, hardere wereld? Het beeld van het rustige dorp en de vreedzame kinderen werd wazig door plotselinge tranen. Snijer wreef voorzichtig in zijn ogen, bang om die onschatbare werkelijkheid weg te wrijven."

Uit dit stuk blijkt dat de Wolfrijders (in ieder geval Snijer) nog erg bezig zijn met hun leven in het bos, met de mensen, ondanks de jaren in zorgeloos. Snijer heeft blijkbaar nog steeds het idee dat het allemaal een droom is. Bovendien blijkt hier dat de relatie tussen Sterkeboog en Snijer erg slecht is. Dat blijkt in de strip ook wel, maar ik had nooit het idee dat ze zo ver uit elkaar stonden als uit dit stuk blijkt.

Het tweede stukje komt als Snijer aan zijn stam vertelt dat hij weggaat. Hij ziet dat Leetah er niet is...

"Ze had de welpen gestuurd, zoals altijd, maar zelf was ze in het dorp gebleven. Er moest een Zwoet gepakt worden, had ze gezegd, en er moesten nog andere voorbereidingen getroffen worden voor hij wegging. Snijer was bang dat ze zich in werkelijkheid nog steeds niet op haar gemak voelde in zoiets intiems als een stambijeenkomst. Hij had geprobeerd uit te leggen dat haar positie als zijn gezel haar het recht gaf om bij de stam te horen, meer dan elke andere dorpeling. En ze had gezegd dat ze het begreep. Maar Snijer wist dat de anderen ook zagen dat ze er zelden was als de stam bijeen kwam voor overleg of rituelen. Nu hij een jaar weg zou gaan betreurde hij haar afwezigheid nog meer, ondanks de liefhebbende stam om hem heen."

Hier blijkt hoeveel het zonnevolk en de wolfrijders langs elkaar heen leven. Zelfs Leetah kon zich in dit stadium maar moeilijk ertoe brengen zich onder de wolfrijders te begeven. Dat kwam pas veel later, toen ze door haar nieuwe omgeveing gedwongen werd als een wolfrijder te leven. Deze tegenstelling blijkt later weer als Amber haar wolfje gaat zoeken...

"Leetah?"
Opkijkend van haar naaiwerk, zag Leetah in het raam van haar schemerige hut Schemering zitten, gehurkt, met haar knieŽn bij haar oren. Haar bleke gezicht was duidelijk te zien in het zwakke licht, haar grote, gouden ogen reflecteerden het licht als gepolijste metalen schijven. Leetah vroeg zich soms af of dit bosvolk ooit een deur zou leren gebruiken.
"Leetah, kom. Het is tijd."
"Tijd...?" De genezeres zocht in haar geheugen naar iets dat deze nacht anders maakte dan de andere die waren verstreken sinds Snijer vertrokken was. Toen hoorde ze een elfenstem in de verte, die spookachtig huilde, en haar hart sloeg over in haar borst. Ze vroeg zich af hoeveel wolven stonden te wachten, en of ze haar donkere huid zouden aanvaarden tussen hun lichthuidige stamgenoten. "Amber?"

Elfquest

Glimlachend knikte Schemering.
"Oh, nee! Oh, allerhoogsten! Ik had geen idee dat het zo snel al zou zijn!" Naalden, draad en borduurraam vielen uit haar schoot toen ze snel opstond en haar nachtjapon bij elkaar pakte. Toen Snijer het haar uitgelegd had, zo lang geleden, had Leetah zichzelf beloofd om zo kalm en competent als een wolfrijder te zijn als de tijd zou komen- niet als een verwend dorpsmeisje dat bang was voor het donker. Maar met de realiteit van de veranderingen voor haar dochter voor ogen voelde ze zich dom en verward, hoewel ze wist dat ze dat niet kon gebruiken. "Ik heb niet eens met Amber gepraat! Wat moet ik tegen haar zeggen? Wat moet ik doen?"
"Leetah, rustig maar." Schemerings vriendelijke lach ontspande haar enigszins, maar ze twijfelde nog steeds toen de wolfrijdster naar haar reikte en haar door het raam leidde. "Je hoeft niets te doen. Gewoon er zijn, gelukkig zijn, en de Weg zal voor de rest zorgen." Schemering sprong handig op de grond, zonder achter zich te kijken, reikte dan omhoog om Leetah te helpen. "Kom mee genezeres," zei ze met een glimlach. "Je dochter wacht!" (...)
"Moeder?" Een kinderroep, maar gefluisterd en stil, en zoveel lijkend op zijn vader dat de glimp van Geelhaars blonde lokken Leetah een gevoel van eenzaamheid bezorgde, hoewel ze glimlachte. Ze stak haar handen uit en hij kwam naar haar toe rennen, om voor haar uit te gaan lopen. "We moeten opschieten moeder," zei hij, nog steeds serieus ondanks zijn opwinding. "Sterkeboog laat Amber niet beginnen tot jij er bent, en Amber ontploft bijna."
Sterkeboog, zei Snijers stem in haar geheugen met een ruw soort tederheid. Altijd zo traditioneel. Ze probeerde de spookstem vast te houden in haar hoofd. Herinneringen aan haar levensgezel werden haar elke dag dat hij weg was dierbaarder. Ze nam Geelhaars hand en zijn wildheid en jeugd deden haar glimlachen. "Goed," fluisterde ze, terwijl ze hem een duwtje gaf om te gaan rennen. "Laten we dan opschieten!" (...)
Doornsteeks stoffige bruine kraag stond op tussen zijn schouders, hij kwam overeind met een onrustige grom. Leetah wist dat hij de leider van het roedel was sinds hij nog geen jaar geleden Nachtrenner verdreven had, terwijl Snijer en zij in de woestijn op hagedissen hadden gejaagd met de kinderen. Dat betekende dat de welpen die ze hoorde keffen in het onzichtbare hol van hem waren en dat de andere wolven om hem heen alleen wachtten op zijn beslissing over deze nieuwe buitenstaander.
Leetah bleef staan, heel rustig en stil, terwijl de wolf naar haar toe sloop, oren naar voren, stijve staart omhoog. Ze had niet zoveel van de roofdieren bij elkaar gezien sinds die eerste manen dat ze in Zorgeloos waren. Snijer had regelmatig contact met het roedel, ook nadat Nachtrenner er niet langer welkom was. Zelfs Geelhaar en Amber hadden talloze zomeravonden doorgebracht met zwerven door de holen, stiekum kijken naar pasgeboren welpen, of naar de sterren kijken met hun hoofd tegen deze of gene wolf. Ze had gedacht dat ze Nachtrenner kende, nu deze in zijn laatste jaren dicht bij Snijer bleef, dat het vertrouwen in dit dier haar immuun zou maken voor de angst die alle anderen haar inboezemden. Maar nu, nu Doornsteek met zijn koude neus haar handen en buik besnuffelde, om haar onbekende geur te inspecteren, wist ze dat dat niet zo was. Nachtrenner en Snijer waren weg en Leetah was doodsbang.
**Sluit je ogen.** De harde mentale stem sneed zonder waarschuwing door haar gedachten, pakte haar als het ware vast en dwong haar te luisteren. **Als je staart, denkt hij dat je wil vechten. Doe je ogen dus dicht en draai je hoofd opzij.**
Leetah wilde met haar hoofd schudden. Ze kon het niet. Ze kon haar rug niet keren naar zo'n sterk beest, woest genoeg om het hoofd van haar kind te verpletteren tussen zijn kaken. Maar Geelhaars hand in de hare was moedig en bewoog niet en Leetah wist dat alleen haar angst het gevaarlijk maakte, niet deze loyale dieren of hun elfenfamilie.
Ze knikte licht, sloot haar ogen en draaide haar hoofd, alsof ze over haar schouder naar Sterkeboog en haar meisje keek.
Doornsteeks adem was warm en nabij, zoals die van een geliefde, toen hij aan haar oor en kaak snuffelde. Toen ging hij met zijn tong langs haar oorring, alsof hij haar en haar juwelen keurde. Leetah hoorde het geklik van zijn nagels op de stenen toen hij terugliep naar Zilverglans bij hun hol.
** Heel goed, gezel van de hoofdman.** Het spoortje goedkeuring in Sterkeboogs zenden was onverwacht en Leetah probeerde hem haar glimlach als antwoord te laten voelen. Ze had geen idee of de boodschap hem bereikte."

In de strip lijkt het alsof Leetah op dit punt gewoon met de Wolfrijders meedoet. Ze lijkt opgenomen in de groep. Maar uit dit fragment blijkt dat dit blijkbaar nog lang niet het geval was. Ook voor haar is Sterkeboog blijkbaar de moeilijkste persoon in de stam om mee om te gaan, net als voor Snijer. Ook heb ik altijd gedacht dat de jurk die ze hier aanheeft een feestjurk is, speciaal voor deze gelegenheid aangetrokken maar het blijkt dus een nachtjapon te zijn.
Het laatste fragment dat ik hier wil aanhalen moet in de strip geplaatst worden als Leetah en Shenshen een gesprek hebben over Amber en haar wolfje...

Elfquest character Ember

"Ambers band met de jonge wolf bleek heel anders te zijn dan Leetah had verwacht. Ze goot water in een grote straal in de wachtende pot. Ze had gedacht dat de toevoeging van Wanglikker aan Ambers leven meer zou zijn als Snijers relatie met Nachtrenner- een vriend buiten de tweebenige familie, iemand die in de heuvels leefde en Snijers wilde gezelschap verwelkomde als de elf 's nachts wegsloop. Ze had niet verwacht dat de welp in haar huis zou wonen en op haar kussens en schoenen zou kauwen. Schemering had uitgelegd dat de eerste maanden het belangrijkst waren voor de band- dat Amber en Wanglikker nu hun gevoel voor elkaar moesten versterken, zodat hun gedachten later niet gescheiden konden worden. Maar moest dat ook vlooien in Leetahs slaapvachten betekenen? (Het had bijna een jaar gekost om ze eruit te krijgen nadat Snijer bij haar was komen wonen.) Of haar in haar oliŽn? Pootafdrukken op haar tapijten?
Ze liet de emmer terugzakken in de put. Amber slokte haar eten nu op met een wild soort bezitterigheid, zelfs als het groente was die ze niet lustte. Ze rende nog onvermoeibaarder rond dan vroeger, viel dan in slaap waar ze neerviel, soms wel een halve dag. En 's nachts danste en giechelde ze dan met Wanglikker in de tuin om de hut, terwijl Leetah bezorgd luisterde en zich afvroeg of dit normaal was.
En zoals zo vaak tegenwoordig gaven deze veranderingen Leetah nog meer reden om te wensen dat Snijer er was. Een aanraking met haar hand zei haar dat de veranderingen in haar dochter niet slecht waren, alleen anders, en er was zeker niets schadelijks of slechts aan de kleine welp. Maar het waren geen veranderingen waar Leetah aan gewend was, en ze waren zo vreemd dat ze zich afvroeg wat ze moest doen- als ze al iets moest doen- om haar dochter te helpen te veranderen van Zonnekind in Wolfrijder. Nu kon zij ze alleen alle vrijheid geven die ze nodig hadden om te groeien en te ontdekken en ze aaien als ze haar pad kruisten.
"Daar heb je het nu!" Shenshen snoof, stapte opzij voor de speelkameraadjes en zette haar pot op de rand van de put. "Je dochter staat op vier poten, zoals ik voorspelde."
Leetah glimlachte en leegde nog een emmer water in haar pot. "Als ze een vacht en een staart krijgt ga ik me pas zorgen maken."

"Geen van deze Wolfrijders is erg oud," zei Shenshen, terwijl ze over de put reikte om het touw te pakken. "Wie weet wat er gebeurt als ze zo oud zijn als hun vader?"
Leetah keek hoe haar zus de emmer in de put tussen hen liet afdalen. "Ik denk dat je gewoon jaloers bent."
"Jaloers?" Shenshens donkerrode haar sprong toen ze lachte. "Jaloers waarop? Vlooien en rauw vlees en wilde beesten die mijn huis in en uit rennen op elk uur van de dag en de nacht?"
"Op het gehuil van mijn levensgezel op elk uur van de dag en de nacht dat we samen zijn."
Shenshen snoof weer en reikte naar de hendel van de put. Leetah zag aan het blozen van haar zus en haar energieke draaien aan de hendel dat er meer waarheid in haar woorden had gezeten dan Shenshen toe wilde geven.
"Waarom zou ik jaloers zijn op een lawaaierige levensgezel die je zulke kinderen geeft?" gaf ze stijfjes ten antwoord. "Je hebt een dochter die rondrent als een schoothondje, en een zoon die zo vreemd is dat ik niet weet of hij gek is of een zonnesteek heeft."

Hieronder staan de eerste drie delen uit de Elfquest romanreeks afgebeeld.

ElfquestElfquestElfquest

 

Elfquest character Cutter

 

www.elfquest.be

all Elfquest characters, stories, logos, situations and their distinctive likenesses are copyright and trademark by WaRP Graphics - Worldwide